Kleinschalig kamperen

Er is binnen de gemeente ruimte voor nieuwvestiging van kleinschalige kampeerterreinen, mits van goede kwaliteit en er sprake is van voldoende spreiding. De dichtheid van campings in sommige delen van de gemeente heeft geleid tot zonering van de mogelijkheden.
Landschappelijke inpassing, eventueel zelfs versterking van het landschap in de directe omgeving, is noodzakelijk. Vanwege het hoge risico van landschapsvervuiling wordt de lat voor landschappelijke kwaliteit hoog gelegd. Bij een plan voor nieuwvestiging moet een beplantingsplan/landschapsplan worden ingediend. Factoren die het kleinschalig kamperen verder kunnen beperken zijn te beschermen natuurwaarden en ongewenste concentratie van kampeergelegenheden.
Het totaal aantal standplaatsen voor kleinschalig kamperen mag niet meer bedragen dan 10% van het totaal aantal standplaatsen op reguliere kampeerterreinen. Er wordt uitgegaan van 15 standplaatsen, maar doorgroei naar maximaal 25 standplaatsen is mogelijk onder voorwaarden. Elke aanvraag wordt per geval beoordeeld en een ontheffing wordt verleend voor het aantal plaatsen dat voor dat terrein verantwoord is. Bij ontheffingen van meer dan 15 standplaatsen zullen evenredig strengere kwaliteitseisen worden gesteld.
Om bestaande karakteristieke boerderijen zoveel mogelijk te behouden, is kleinschalig kamperen ook mogelijk bij voormalige boerderijen. Bij beëindiging van het boerenbedrijf, waarbij kleinschalig kamperen plaatsvindt, zal een ontheffing opnieuw moeten worden verleend. De agrarische uitstraling van de locatie, de bebouwing en de omgeving waar agrotoeristische activiteiten plaatsvinden moet behouden blijven. Er dient altijd aandacht te zijn voor de vervolgfunctie, milieugevolgen voor de omgeving, de erfinrichting en kwaliteit.
Nadrukkelijk wordt gesteld dat kleinschalig kampeerterrein niet wordt toegestaan bij burgerwoningen.
