Landschapsontwikkelingsplan
Het Landschapsontwikkelingsplan van de gemeenten Haaksbergen en Hof van Twente dateert van 2005.
De ondergrond – de hoogteverschillen en de bodem – vormt de basis voor het watersysteem, de verschillende cultuurlandschappen en de natuurwaarden.
Op het plateau in het oosten springt het Haaksbergerveen in het oog. Hier infiltreert water, dat westelijk als kwelwater naar boven komt. In het westen bij Markelo is het landschap bepaald door de stuwwal; de markante hoge ‘bergen’ met bossen en glooiende essen. In het dekzandgebied in het midden is het oude kampenlandschap ontstaan, waar doorheen de beken zoals de Buurserbeek en de Hagmolenbeek het water verzamelen en in noordwestelijke richting afvoeren.
Het markante reliëf, de essen, de gave kampenlandschappen, de landgoederen en natuurgebieden vormen met elkaar de meest aantrekkelijke gebieden; ensembles met grote cultuurhistorische en ecologische waarden.
Belangrijke delen van het gebied worden beschouwd als ‘werklandschap van de 20e eeuw’, ontstaan door geleidelijke omvorming of meer ingrijpende veranderingen in landinrichtingsprojecten. Hoewel de identiteit van het landschap minder sterk is, zijn ook hier kwaliteiten aanwezig: de resten van het voormalige kampenlandschap (landschapselementen, boerderijen) en de karakteristieke open landschappen van de veld- en broekontginningen.
De kernen en de routes daartussen vormen het netwerk, van waaruit het landschap te beleven is.
Het plan geeft de bouwstenen en inrichtingsprincipes aan voor de landschapsontwikkeling. Het plan dient bovendien als leidraad voor de rol en werkwijze van de gemeente om deze visie te realiseren.
De landschapsontwikkelingsvisie is opgebouwd uit een viertal thema’s:
1. Behoud en versterking van de waardevolle ensembles
2. Landschappelijke versterking van het watersysteem
3. Zorg voor het agrarisch werklandschap
4. Inpassen van kernen en routes.
Vastgesteld eindrapport LandschapsOntwikkelingsPlan
Uitvoeringsplan
De gemeenten Haaksbergen en Hof van Twente stellen door middel van het LOP voor om via drie sporen aan de landschapsontwikkelingsvisie te werken. Door deze sporen naast elkaar te volgen, wordt bereikt dat de planologische doorwerking en de actieve kant van de landschapsontwikkeling elkaar versterken en dat het draagvlak voor het landschap zal toenemen. De drie sporen zijn regie, uitvoering en participatie.
1. Regie
De landschapsontwikkelingsvisie krijgt een doorwerking in het ruimtelijk beleid. Het LOP wordt gebruikt bij toetsing en planvorming van initiatieven van derden. Op basis van het Landschapsontwikkelingsplan kunnen weloverwogen adviezen met betrekking tot landschap worden gegeven.
2. Uitvoering
In het kader van landschapszorg zal de gemeente uitvoeringsprojecten stimuleren. De gemeente biedt het inhoudelijk, organisatorisch en financieel kader. De projecten die op dit moment jaarlijks worden uitgevoerd, zoals Landschap Plus en Historische Elementen, worden voortgezet.
3. Participatie
De gemeente zal participeren bij samenwerkingsprojecten van derden, zoals waterschappen, landbouworganisaties, terreinbeherende instellingen (Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer), agrariërs en andere particulieren. Het gaat hierbij om projecten van derden, die zorgen voor de realisatie van doelen van de landschapsontwikkelingsvisie.
