Bekendmakingen

ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING 2019

woensdag 19 juni 2019
Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Type bekendmaking:
Verordeningen



ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING 2019

 

De raad van de gemeente Hof van Twente;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;

 

besluit:

 

vast te stellen de ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING 2019

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

1. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. instelling: de rechtspersoon die zich ten doel stelt zonder winstoogmerk producten, prestaties en/of activiteiten te verrichten ten behoeve van ingezetenen van de gemeente;

b. Awb: Algemene wet bestuursrecht;

c. subsidie: de aanspraak als bedoeld in artikel 4:21 Awb.

d. subsidieovereenkomst: een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Awb tussen het college en de subsidieontvanger, waarin afspraken zijn opgenomen met betrekking tot meetbare producten, prestaties en activiteiten, die worden uitgevoerd in relatie tot de subsidie die voor een vastgesteld tijdvak is verleend;

e. subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens deze verordening;

f. activiteitenplan: het door de instelling, volgens de richtlijnen van het college, vastgestelde plan, waarin de in de betrokken subsidieperiode uit te voeren activiteiten worden vermeld met de doelstellingen, de te hanteren methode en de benodigde personele, materiële en organisatorische middelen, alsmede op welke wijze de gevraagde subsidie naar activiteiten of producten wordt toegekend;

g. rapport van feitelijke bevindingen: een door een accountant opgesteld rapport van feitelijke bevindingen inzake de verantwoording van de verleende subsidie(s). Dit rapport is bestemd voor het college, zodat deze kan vaststellen dat de subsidiegelden rechtmatig en doelmatig zijn besteed.

h. jaarrekening: een opgestelde jaarrekening conform de wetgeving op de jaarrekening (Burgerlijk Wetboek boek 2 titel 9);

i. algemene-/egalisatiereserve: een reserve bedoeld om schommelingen in de inkomsten en uitgaven op te vangen;

j. voorziening: een voorziening met een door het college bepaalde omvang bedoeld om reserveringen te doen voor investeringen op de lange termijn;

2. Met betrekking tot Europese Regelgeving : zie artikelsgewijze toelichting.

 

Artikel 2 Reikwijdte verordening

1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen, subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is) en subsidies op de volgende beleidsterreinen:

a. Sport;

b. Cultuur;

c. Zorg;

d. Jeugd;

e. Accommodaties;

f. Buurtschappen;

g. Recreatie en toerisme;

h. Economie en arbeidsparticipatie;

i. Bodem en Asbest;

j. Duurzaamheid;

k. Platteland.

2. Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

 

Artikel 3 Subsidieregelingen

Burgemeester en wethouders stellen bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling) vast welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.

 

Artikel 4 Europees steunkader

1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.

2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader.

3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.

4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader.

5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.

 

Artikel 5 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

1. Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie.

2. Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen:

a. als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of

b. als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.

3. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond, dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging.

4. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Artikel 6 Aanvraag

1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk (digitaal) ingediend bij burgemeester en wethouders met gebruikmaking van een aanvraagformulier.

2. Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over:

a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

b. de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;

c. een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

d. als het een subsidie betreft hoger dan € 75.000 de stand van de egalisatiereserve en de voorzieningen op het moment van de aanvraag.

3. Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag.

Als de aanvrager een onderneming is:

4. Bij de aanvraag legt de aanvrager, naast de hiervoor vermelde gegevens, de volgende gegevens over:

a. een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

b. een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening (de-minimisverklaring);

5. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.

 

Artikel 7 Aanvraagtermijn

1. Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 15 september voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

2. Aanvragen om subsidie voor een eenmalige activiteit in een kalenderjaar worden ingediend tussen 1 juni en 15 september voorafgaand aan dat kalenderjaar of tussen 1 maart en 1 april in dat kalenderjaar.

3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

 

Artikel 8 Beslistermijn

1. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 15 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

2. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede lid, binnen 13 weken na afloop van het betreffende tijdvak c.q. binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.

3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

4. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.

 

Artikel 9 Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden

1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval:

a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt.

b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard.

2. Onverminderd het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren:

a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;

b. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;

c. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

d. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

e. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift;

f. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;

g. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.

3. Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

4. Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.

 

Artikel 10 Verantwoording en betaling

1. Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt in het besluit tot subsidieverlening vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.

2. Bij subsidies tot een bedrag van € 5.000 vindt de betaling in één keer plaats.

3. Indien een beschikking tot subsidieverlening voor een bedrag hoger dan € 5.000 wordt gegeven, wordt in het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.

 

Artikel 11 Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger

1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan burgemeester en wethouders.

2. Een subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders onverwijld schriftelijk over:

a. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;

b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen;

d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.

 

Artikel 12 Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen

1. Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht.

2. Bij subsidies hoger dan € 75.000 verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.

 

Artikel 13 Eindverantwoording subsidies tot en met € 25.000

1. Subsidies tot en met € 25.000 worden door burgemeester en wethouders direct verleend en vastgesteld en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid – binnen 13 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld.

2. Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het vorige lid kan de aanvrager worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen 13 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.

 

Artikel 14 Eindverantwoording subsidies tussen € 25.000 en € 75.000

1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 25.000, maar minder dan of gelijk aan € 75.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:

a. bij een subsidie voor eenmalige activiteiten, binnen 13 weken, nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht;

b. bij een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk voor 1 juni van het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend.

2. De aanvraag tot vaststelling bevat:

a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;

b. een overzicht van de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten.

3. Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht.

 

Artikel 15. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 75.000

1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 75.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:

a. bij een subsidie voor eenmalige activiteiten, binnen 13 weken, nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht;

b. bij een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk vóór 1 juni in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend.

2. De aanvraag tot vaststelling bevat:

a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;

b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (inhoudelijk verslag en jaarrekening);

c. een door een accountant opgesteld rapport van feitelijke bevindingen;

3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.

 

Artikel 16 Subsidievaststelling

1. Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald.

2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 6 weken worden verdaagd.

3. Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.

4. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, aanhef en onder a of b, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.

 

Artikel 17 Reserves en voorzieningen

1. Het is de instelling aan wie een subsidie per kalenderjaar is verstrekt en die de in de beschikking genoemde activiteiten heeft gerealiseerd, toegestaan uit het exploitatieresultaat een dotatie te doen aan de algemene-/egalisatiereserve. De omvang van de algemene-/egalisatiereserve mag niet meer bedragen dan 10% van de jaarlijkse verstrekte subsidie.

2. Slechts na schriftelijke toestemming van het college is het de instelling aan wie een structurele subsidie wordt verleend, toegestaan een voorziening te vormen.

3. Het college is bevoegd om nadere regels te stellen rondom een voorziening.

4. Het college kan een lagere subsidie verlenen als de stand van de voorziening een grotere omvang heeft dan de door het college bepaalde omvang zoals bedoeld bij artikel 1 lid j.

5. De beperkingen zoals opgenomen in artikel 17 lid 1 t/m 4 zijn niet van toepassing bij een subsidie lager dan € 75.000.

 

Artikel 18 Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen

1. Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven berekeningswijze.

2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven definities.

3. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.

 

Artikel 19 Hardheidsclausule

1. Burgemeester en wethouders kunnen deze verordening, met uitzondering van de artikelen 2, 3 en 4, in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.

2. Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.

 

Artikel 20 Slotbepalingen

1. De “Algemene subsidieverordening 2016” wordt ingetrokken op het moment dat de Algemene subsidieverordening 2019 inwerking treedt.

2. Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2019.

3. Deze verordening wordt aangehaald als: “Algemene subsidieverordening Hof van Twente 2019”.

 

 

 

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hof van Twente d.d. 9 april 2019

De raad van de gemeente Hof van Twente,

de griffier, de voorzitter,

mr. A. Venema drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM

Geef uw reactie over deze pagina

https://www.hofvantwente.nl/actueel/actuele-bekendmakingen/bekendmaking.html?tx_windgvop_windgvop[publication]=227&cHash=36f6e01108257cf7e69e8257ca92968a