Andere aanpak Huishoudelijke Ondersteuning per 1-1-2018

31 maart 2017 11:28

In 2017 in gesprek over welke en hoeveel hulp er nodig is

Inwoners die huishoudelijke hulp krijgen via de gemeente, op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015, krijgen in de loop van 2017 bezoek van een medewerker van de gemeente. Samen gaan ze bekijken welke ondersteuning bij het huishouden nodig is en wat zelf gedaan kan worden. Met dit nieuwe beleid sluit Hof van Twente aan op uitspraken van de hoogste rechter op dit gebied, de Centrale Raad van Beroep (CRvB) . Het college heeft het beleid voorlopig vastgesteld en legt het nog ter toetsing voor aan de gemeenteraad.

Huishoudelijke ondersteuning is bedoeld voor mensen die niet in staat zijn (helemaal) zelf het huis op orde te houden, bijvoorbeeld doordat ze ziek of slecht ter been zijn. In de huidige werkwijze kent de gemeente alleen het recht op ondersteuning toe. Vervolgens bepaalt de de aanbieder samen met de inwoner hoe de ondersteuning in de praktijk wordt ingevuld. In de nieuwe werkwijze stelt een medewerker van de gemeente samen met de inwoner vast welke activiteiten overgenomen moeten worden. Dit kan ook gaan om activiteiten op het gebied van wasverzorging.

Aanleiding voor de nu voorgestelde andere aanpak is onder meer de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in mei 2016, die kort samengevat inhoudt dat een leefbare woning als resultaat wel kan, maar dat de gemeente duidelijk moet maken waar dat uit bestaat en hoe dat bereikt wordt. Dat moet onafhankelijk zijn vastgesteld. Bovendien moet de gemeente voor iedere aanvrager individueel een besluit nemen over de huishoudelijke ondersteuning, gebaseerd op het keukentafelgesprek.

Basispakket en aanvullende hulp

Een basispakket gaat over de basis huishoudelijke werkzaamheden zoals stof afnemen, stofzuigen, dweilen en het sanitair poetsen. Er wordt gekeken naar welke werkzaamheden iemand zelf nog kan uitvoeren en waarin ondersteuning nodig is. Ook de mate van vrijwillige en reëel beschikbare hulp uit de eigen kring wordt daarin meegewogen. Bovenop het basispakket kunnen mensen in aanmerking komen voor extra hulp: (1) hulp bij de regie over het voeren van het huishouden, (2) extra schoonmaak in geval van ziektes die een directe relatie hebben met de hygiënische omstandigheden, (3) hulp bij het doen van de was en/of bij strijken, (4) hulp bij het verzorgen van de maaltijden en (5) ondersteuning bij de praktische zorg voor jonge kinderen.

Soort hulp en activiteiten vastgelegd in beschikking

Iedereen die huishoudelijke ondersteuning nodig heeft, krijgt na het gesprek een individuele beschikking met daarin de soort ondersteuning (basispakket en eventuele aanvullende hulp). In de beschikking staat welke activiteiten ondersteund worden. Ook de organisatie die de hulp levert, krijgt dat overzicht. Voor huishoudelijke hulp wordt een eigen bijdrage gevraagd; de hoogte van die bijdrage is afhankelijk van de hoogte van het inkomen.

Objectieve en onafhankelijk vastgestelde norm

De norm voor het basispakket is nu door een onafhankelijk onderzoeksbureau vastgesteld, zodat duidelijk is welke prestatie geleverd wordt. De aanvullende ‘modules’ die nu worden voorgesteld, gaan uit van normen die door het CIZ (Centraal Indicatieorgaan Zorg) zijn bepaald. Dat betekent dat zowel het basispakket als de aanvullende modules voldoen aan de eisen van de CRvB.

Geef uw reactie over deze pagina

https://www.hofvantwente.nl/actueel/nieuws-en-persberichten/nieuwsbericht/archief/2017/03/artikel/andere-aanpak-huishoudelijke-ondersteuning-per-1-1-2018-2932.html