De hulp van de gemeente verandert: interview met wethouder Hannie Rohaan

In onze serie: “De hulp van de gemeente verandert“ hebben we deze week een interview met wethouder Hannie Rohaan. Zij is onder meer verantwoordelijk voor de zorg in onze gemeente, waar de uitvoering van de Wmo (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) een onderdeel van is.

Hoe kijkt u aan tegen de invulling van het beleid over de Wmo?

“Hof van Twente is een sociale gemeente en wil graag meedenken met inwoners en hen ontzorgen. Soms ontzorgen we echter wel eens te snel en té veel. De vraag: “Wat heb je nodig en hoe kan ik jou daarbij helpen zodat jij het zelf kunt doen?” kunnen we vaker stellen.” 

Bent u zelf al eens betrokken geweest bij een Wmo-melding of -voorziening?

Hannie: “Niet voor mijzelf, maar wel voor zeer naaste familieleden. Ik zie dat mensen graag lang zelfstandig willen blijven. Zelf vond ik het, in mijn eigen situatie waarbij een familielid erg ziek was, altijd belangrijk om samen met mijn familie zoveel mogelijk zelf verantwoordelijk te blijven voor de situatie thuis. Wel hebben we in die situatie veel baat gehad bij praktische tips en begeleiding van de ergotherapeut en fysiotherapeut.” 

Hoe ervaart u de toenemende vraag naar huishoudelijke hulp vanuit de Wmo?

“De toenemende vraag naar huishoudelijke hulp en Wmo-maatwerkvoorzieningen is een zorg voor ons allemaal. Door de lage eigen bijdrage hebben we de afgelopen jaren een flinke toename gezien in de vraag naar huishoudelijke hulp. Als de vraag te groot wordt zal de gemeente dit niet meer kunnen oplossen. Dit dreigt nu al het geval te worden. Gemeente en inwoners moeten er daarom samen voor zorgen, dat mensen het huishouden langer zelf kunnen blijven doen. 

Dit betekent dat we de kracht van inwoners zelf meer gaan aanspreken. We zullen inwoners stimuleren om bijvoorbeeld met kracht- en conditietraining aan de slag te gaan. We vragen hen om samen met familie en de mensen in hun omgeving te kijken: ‘wat kan ik zelf oplossen als het doen van het huishouden moeilijker wordt? En wie zou me daarbij kunnen helpen? Dit alles om dié mensen die echt intensieve zorg nodig hebben zorg te kunnen blijven bieden.

Deze nieuwe werkwijze vraagt om vooruit denken: ‘Hoe ziet mijn volgende levensfase eruit?’ Hoe kan ik nu alvast zorgen dat het straks goed met mij gaat? Woon ik op de goede plek en heb ik mijn huis handig ingericht? Heb ik mensen die mij helpen als het even wat minder gaat? Heb ik de handige hulpmiddelen zodat ik mij zelf zo lang mogelijk kan redden? Zulke hulpmiddelen zijn bijvoorbeeld gebruiksvoorwerpen zoals een handige stofzuiger. Net als een fiets die we, passend bij onze leeftijd, steeds groter en passend bij ons dagelijks leven kopen.” Hannie: “We investeren nu vooral de eerste helft van ons leven in onszelf en onze leefomgeving. Dat zou ook meer in de tweede helft mogen, dat maakt de cirkel rond.”

Hoe staat u tegenover de vraag aan inwoners om eerst in de eigen omgeving te kijken naar mogelijkheden voor hulp voordat ze een wmo-voorziening aanvragen?

“Voorop blijft staan: jij en jouw netwerk moeten het samen aankunnen. Veel mantelzorgers ervaren dagelijks of wekelijks een zware zorglast. Maar de vraag is: ‘draag jij die last alleen? Of zijn er mogelijkheden om binnen jouw eigen kring deze last te verdelen?’ Heb je bijvoorbeeld kleinkinderen, broers of zussen waarmee je iets kunt afspreken? Of misschien een buurman voor een kleiner klusje? We moeten zuinig zijn op onze mantelzorgers.”

Hoe ziet u daarin de hulp van welzijns- en zorgorganisaties in Hof van Twente passen?

“Het is belangrijk dat organisaties, zoals Salut, daarbij ondersteuning geven. Maar ook mensen als ergotherapeuten en fysiotherapeuten kunnen je goed helpen om te kijken hoe je het huishouden handiger aan kunt pakken. Samen met deze zorgverleners is het goed mogelijk om op tijd in beeld te krijgen hoe je zelf zo lang mogelijk vitaal en gezond blijft. Dat geeft bovendien voldoening.”

Hoe ziet u de rol van de gemeente hierin?

“Het is onze rol te zorgen voor een goed aanbod bij de welzijns- en zorgorganisaties. We hebben daarvoor contacten met Salut, fysiotherapeuten en ergotherapeuten. Zij verzorgen voor ons activiteiten en programma’s. Hierdoor wordt het mogelijk om vitaal en gezond oud te worden. Daarnaast zullen we anders moeten gaan kijken naar onze aanvragen voor de Wmo.” 

Wat is hierin uw taak?

“Mijn zorg is dat we de balans houden tussen het behouden van voldoende en goede zorg vanuit de gemeente en het betaalbaar houden van deze zorg. We zijn een sociale gemeente waarin we omzien naar elkaar. Tegelijkertijd zorgen we dat we onze budgetten goed op orde houden. Gelukkig doe ik dit niet alleen maar samen met collega’s.” 

Stel nu dat het uw zus zou zijn die huishoudelijke hulp nodig heeft. Hoe zou u reageren op de vraag vanuit de gemeente om eerst zelf in eigen kring te kijken?

“Mijn eigen ervaring is dat zelf doen mij meer in mijn kracht zet, dus ja, positief. Wel wil ik een kanttekening maken: de individualisering. Soms zien we dat mensen zich steeds meer terug trekken uit de samenleving en zich eenzaam gaan voelen. Daar moeten we samen alert op zijn. Bij bijvoorbeeld het verlies van een partner is het van groot belang maatwerk te leveren. Dit doen we samen met het netwerk van zorgverleners: (thuis-)zorg, Salut en onze consulenten. De huishoudelijke hulp kan echter nooit een vervanger zijn voor contact met familie, vrienden en kennissen.”

Wat zou u de inwoners van onze gemeente nog mee willen geven over vitaal ouder worden?

“Denk bij het ouder worden vooruit! In ons hoofd blijven we jong. Ouder worden is niet ver weg, maar van iedere dag. Investeer, naast je pensioen, in je lichamelijke conditie en denk na over wat je straks nodig hebt. Investeer in jezelf!”

Klik hier voor meer informatie over de WMO en zorg.