Biodiversiteit: Wat kan ik zelf doen?

Start in je eigen tuin om een biodiverse omgeving te crëeren. In onderstaande hoofdstukken vind je per onderdeel meer informatie over wat jij kan doen in je eigen tuin! 

Biodiversiteit staat voor de mate van verscheidenheid aan levensvormen in een bepaald leefgebied of ecosysteem. In Nederland is de biodiversiteit sterk afgenomen vergeleken met andere landen. Dit komt voornamelijk door de toenemende verstedelijking, intensieve landbouw en milieuvervuiling. 

Gif spuiten werkt alleen op korte termijn. Bovendien komt het gif in de bodem, flora en fauna terecht. Het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen op verharding en in over groen is verboden.

Regelmatig vegen van verharding geeft onkruid weinig kans. Een duurzame methode voor onkruidbestrijding is het gebruik van heet water. Onderzoek heeft aangetoond dat deze methode één van de meest effectieve is, door dat de plantjes hiermee tot in de wortel worden bestreden. Andere methoden zijn branden of borstelen. 

Natuurlijke bestrijding

Gezonde planten hebben een grote weerstand tegen ziekten en aantastingen door insecten. Natuurlijke plantversterkers kunnen de plant extra aanzetten tot het zelf aanmaken van afweerstoffen. Bijvoorbeeld tegen buxusmot, schimmels en insecten als engerlingen en emelten. Dat reduceert het aantal bespuitingen met chemische bestrijdingsmiddelen en levert kwalitatief betere opbrengsten. Natuurlijke bestrijding geeft minder belasting voor de bodem, mens en milieu. 

Bestrijding met beestjes

De beste manier van natuurlijke bestrijding van beestjes is het inzetten van andere beestjes. Vogels, kikkers en egels eten graag een slak.
Nuttige aaltjes, nematoden kunnen ingezet worden voor het natuurlijk bestrijden van ongewenste slakken, emelten of engerlingen. Nematoden ringen hun slachtoffer binnen. Dan komen bacteriën vrij die in symbiose leven met nematoden. Het slachtoffer sterft en daar verspreiden de nematoden zich weer op zoek naar een nieuw slachtoffer. 

Het inheemse lieveheersbeestje eet verschillende bladluissoorten. Het kan gebruikt worden in tuinen, moestuinen en in het openbaar groen. Deze beestjes zijn in zakjes te bestellen, zodat de laven makkelijker in bomen en struiken kunnen worden geïntroduceerd. 

Bestrijding overmatige groei in vijvers

Overmatige algengroei in vijvers is meestal het gevolg van een overmaat aan meststoffen. Het is een biologisch probleem dat om een biologische oplossing vraagt. Een chemische aanpak kan juist averechts werken. De beste behandeling is daarom gericht op het wegnemen van de voedingsbron voor algen door toevoeging van speciale bacteriën. Deze nemen het voedsel voor algen en wieren op, zodat zij minder kunnen groeien.
Resultaat is tevens dat er geen vieze moerasgassen en slijm meer gevormd worden. 
 

Een tegeltuin lijkt vaak goedkoper en makkelijker te onderhouden dan een tuin met veel planten. Een tegeltuin is in aanleg niet perse goedkoper dan een meer groen tuin. In de tegeltuin is ook onderhoud nodig.

Bij hevige regenval loop het terrein, de tuin en/of het achterpad onder. Stenen worden erg snel heet in de zomer. In gebouwen, in huis, in de geparkeerde auto en op het terras wordt het erg heet in een stenige omgeving. Het is niet prettig om te verblijven in een grotendeels verharde omgeving. Bovendien blijkt uit onderzoek, dat bestrate tuinen vaker vervuild zijn. 

  • Stel het onderhoud zoveel mogelijk uit tot het einde van de winter.
  • Laat afgevallen blad zoveel mogelijk liggen of breng het in de bordes, omdat hier veel insecten tussen zitten. 
  • Laat uitgebloeide planten staan tot het voorjaar. Het zaad is voedsel voor zaadeters.
  • Snoei struiken niet of niet tegelijk. Struiken zijn een belangrijke nest- en schuilplaats voor vogels.
  • Snoei besdragende en vruchtdragende bomen en struiken pas in het voorjaar.
  • Verwerk snoeihout en afgevallen takken in de tuin voor een takkenril.
  • Maak gebruik van natuurlijke bestrijdingsmiddelen. 

Stapelmuurtjes 

Deze muurtjes bieden leefruimte aan allerlei insecten. Deze dienen weer als voedsel voor vogels en amfibieen die er tevens hun schul-en overwinteringsplaats vinden. Vaak groeien er weer heel andere plantensoorten dan in de rest van de tuin.

Takkenril 

De achterkant avn de tuin kan afgesloten worden met een hotwal van dood snoeihout. Deze biedt leeftuimte aan tal van insecten, vogels, kleine zoogdieren en paddenstoelen. Zo wordt ook geen materiaal afgevoerd uit de levende tuin. De kringloop blijft gesloten. 

Composthoop

Ook de composthoop is favoriet bij tal van insecten, vlinders, vogels en kleinere zoogdoeren. Vooral egels, vlinders en wormen overwinteren er graag. 
 

Wilde bloemenweides en akkerranden zijn prachtig in aanzicht. Het is mogelijk om bloemenmengsels op maat te laten maken in kleur en speciaal geschikt voor de plek. Veel soorten groeien alleen op arme schrale gronden. Voor een blijvend mooi resultaat wordt onderhoud en beheer door een deskundig groenprofessional aanbevolen. 

Ga zoveel mogelijk voor stuifmeel- en nectarrijke beplanting voor voedsel van insecten. Honingbijen, solitaire bijen, hommels en vlinders zijn cruciaal voor de bestuiving. Gevarieerd groen in de bebouwde omgeving is essentieel voor het (over)leven van deze ook voor de mens zo belangrijke insecten. 

In bloemenweiden groeien vaak plantensoorten die niet in het landelijk gebied onder druk staan. Investeringen in de levende tuin die aantoonbaar bijdragen aan de versterking van de biodiversiteit kunnen in aanmerking komen voor subsidie. Dat is interessant voor bijvoorbeeld een bedrijventerrein. 

Ga voor meer bijzondere beplanting buiten het standaardsortiment. Voor kleinere tuinen is dit juist interessant, ook voor de tuinbezitter. Dit draagt bij aan meer biodiversiteit en helpt de soort in stand te houden. 
 

Bestuiving is een belangrijke schakel inde voedselketen en voor het hele ecosysteem. Bestuiving en bestuivers (insecten) zijn essentieel voor meer biodiversiteit. Ze helpen zo mee de plantsoorten in stand te houden. 
Insecten zorgen voor bestuiving en dienen weer als voedsel voor andere dieren Bestuiving zorgt voor beplanting met zaden, vruchten en bessen die weer als voedsel dienen voor veel vogels, zoogdieren en ook  voor de mens.

Ook een groendak trekt allerlei kleine insecten aan waar weer vogels op afkomen. Hiervoor is een lichtgewicht groendak met sedumbeplanting al heel geschikt. Een biodiversiteitsdak gaat nog iets verder. Sedum wordt aangevuld met andere droogte-resistente beplanting voor een grotere diversiteit. 

Begroeide pergola’s en fruitbomen zijn geschikte plekken om nestkastjes te hangen. Nestkastjes dienen op een beschutte plek met voldoende schaduw te worden geplaatst . Met de vliegopening zoveel mogelijk naar het noordoosten. Bij een windluwe plek is dit minder belangrijk.

Bijvoederen van vogels mag het hele jaar rond. Vogels overvreten zich niet en zullen niet verleren zelf voedsel te vinden.

Ook gevelgroen biedt voedsel en schuilgelegenheid aan tal van vogels en insecten. Laat klimplanten langs de muren lopen.

Een variatie aan beplanting met hoogteverschillen is goed voor vogels. Veel vogels profiteren van een boom (boompje) in de tuin, zoals merels, zanglijsters, huismussen, boomkruipers, boomklevers en mezen. of gaaien en grote bonte spechten. Bomen bieden uitzicht, voedsel, veiligheid en maken voortplanting mogelijk doordat er plek is voor nesten. 

Doornige hagen en afscheidingen zijn goed voor nestgelegenheid. Een gemengde haag is ook zeer geschikt voor meer biodiversiteit met als voordeel dat er minder (nauw) gesnoeid hoeft te worden. 

Als toch gekozen wordt voor een harde omheining, ga dan voor een hek met ruimte waar dieren (onder) door kunnen. Het is voor hen beter als tuinen met elkaar in verbinding staan en niet hermetisch worden afgesloten. of kies voor een schutting die ruimte biedt aan planten en dieren. 
 

Dieren zijn aangepast aan de inheemse soorten beplanting die van nature in Nederland voorkomen. Inheemse beplanting heeft hun voorkeur. Niet-inheemse beplanting kan een welkome aanvulling zijn om de diversiteit te vergroten en het bloeiseizoen te verlengen.

Uit onderzoek blijkt dat een mix van inheemse en uitheemse plantensoorten het goed doet voor meer biodiversiteit in de bebouwde omgeving. Meer biodiversiteit in beplanting vermindert de kans op het uitbreken van plagen en plantziekten. 
 

Bij een beperkt maairegime kan een bloemenweide groeien. Dit biedt de ruimte aan de eitjes en rupsen van nachtvlinders. Deze dienen weer als voedsel voor andere vogelsoorten en vleermuizen. 

Nachtvlinders, waaronder ook motten, zij vaak minder mooi gekleurd dan dagvlinders. Ze zijn veelal ’s nachts actief, maar ook belangrijk voor de bestuiving. Klaver in het gazon is een natuurlijke bemesting. Het is goed voor de bodemschimmels en voor bijen en vlinders. 

Dieren houden niet van tegels als verharding. Hoe minder hoe beter. Open voegen bieden nog enige ruimte voor plantengroei en kleine beestjes. Bodembedekkers werken samen met het bodemleven. De insecten, die tussen de groenblijvende bodembedekkers leven, dienen weer als voedsel voor vogels. 

Ga zo veel mogelijk voor natuurlijk gekweekte beplanting zonder bestrijdingsmiddelen. 

Wil je meer weten over vlinders en beplanting? Ga dan naar deze website: https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/tuinieren-voor-vlinders/vlinderplanten

Een andere belangrijke maatregel voor meer biodiversiteit is het toepassen van water. Het leven volgt dan vanzelf. Water in de vorm van waterschalen dient als drinkplaats voor veel dieren. Volgens nemen er graag een bad. Dit kan zelfs al op een balkon of dakterras/-tuin. Daarnaast kunnen allerlei insecten er hun eitjes leggen. Minivijvertjes of minimoerasjes zijn hiervoor ook geschikt.

Voor amfibieën en salamanders, padden en kikkers zijn vijvers met diepe en ondiepe onderdelen met beplating zeer welkom. Hier kunnen zij schuilen en hun eitjes afzetten. Ook dient het er gedurende een deel van de dag zonnig te zijn. Koudbloedige dieren hebben de zon nodig om op te warmen. Deze dieren zorgen aan de ene kant voor meer levendigheid in de tuin. Aan de andere kant eten ze een behoorlijke hoeveelheid slakken en insecten als muggen.

Vijvers – en dan vooral vijvers met natuurlijke oevers – zijn zeer goed voor meer biodiversiteit. Diervriendelijke oevers met een flauwe helling hebben een natuurlijke overgang van droog naar nat met een variatie aan oeverbeplating. Hoe meer de natuur haar gang kan gaan, hoe beter de kwaliteit van het oppervlaktewater wordt. Voor het overleven van waterdieren bij vorst is het belangrijk dat de vijver voldoende diep is (minstens 0,8 meter, liefst 1,5 meter). 

Naast vijverfolie zonder giftige stoffen kan, afhankelijk van de lokale situatie, soms ook gebruikt worden gemaakt van een kleibodem. 
 

Biodiversiteit begint al bij de bodem. Een gezonde bodem met een rijk gezond bodemleven levert gezonde planten. Doordat er geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt hoeven te worden, komen er geen schadelijke stoffen in de voedselketen van het dierenrijk terecht. 

Wat kun je concreet doen in je eigen tuin? 

  1. Zorg dat de bodem qua structuur en textuur een groot vochthoudend vermogen combineert met voldoende toevoer van zuurstof. 
  2. Beperk grond- en graafwerkzaamheden want dit verstoort het bodemleven. 
  3. Let op voldoende bodemleven. 
  4. Voorkom een 'valse' grondwaterspiegel bij aanbrengen van grond.
  5. Gebruik beplanting als bodemverbeteraar.