Onroerende zaakbelastingen (OZB)

Onroerende zaakbelasting (OZB) is de belasting die u betaalt als u eigenaar bent van een woning, een ander gebouw of een stuk grond. (Dit wordt een onroerende zaak genoemd.) De hoogte van de OZB is een percentage van de vastgestelde WOZ-waarde. De OZB-aanslag wordt eind februari verzonden. U betaalt in twee gelijke termijnen, tenzij u kiest voor een automatische incasso. Uw onroerende zaakbelasting en WOZ-waarde kunt u via onderstaande knoppen online bekijken. 

Er wordt onderscheid gemaakt tussen een woning en niet-woning:

Woning

Een woning zijn alle woningen, maar bijvoorbeeld ook panden met een klein bedrijf aan huis. Als het woongedeelte van een pand meer dan 70% van de WOZ-waarde beslaat dan valt het binnen de categorie woningen. Bij een woning betalen alleen de eigenaren OZB.

Niet-woning

Onder niet-woningen vallen bijvoorbeeld bedrijfspanden en boerderijen, maar ook landbouwgrond. In de categorie niet-woningen betaalt zowel de eigenaar als de gebruiker OZB. Als uw pand bestaat uit een bedrijfsgedeelte én een woongedeelte dan betaalt u het gebruikersdeel alleen over het bedrijfsgedeelte. Bent u eigenaar en gebruiker van een niet-woning met een woongedeelte dan ziet u verschillende grondslagen vermeld bij de OZB-aanslag.

Eigenarenbelasting

U betaalt deze belasting als u op 1 januari als eigenaar of ‘beperkt gerechtigde’ bij het kadaster geregistreerd staat. Onder beperkt recht wordt verstaan bijv. vruchtgebruik, erfpacht, recht van gebruik en bewoning (ook genoemd ‘vrij wonen’) en recht van opstal. 

Gebruikersbelasting

U betaalt deze belasting als u op 1 januari gebruiker bent van een niet-woning.

De WOZ-waarde staat op uw aanslagbiljet gemeentelijke belastingen vermeld. Het tarief onroerende zaakbelastingen 2022 bedraagt:

Eigenaar

Woningen        0,1206% van de WOZ waarde
Niet-woningen 0,2599% van de WOZ waarde.

Gebruiker

Niet-woningen 0,2264% van de WOZ-waarde (exclusief woningdeel).

De gemeente gebruikt opbrengsten uit de Onroerende zaakbelastingen (OZB) voor algemene uitgaven zoals:

  • de kosten van brandweer;
  • wegen;
  • openbare verlichting;
  • openbaar groen;
  • onderwijs;
  • sport;
  • cultuur;
  • recreatie;
  • maatschappelijke dienstverlening.